Langue

BREF

BBT of op Europees niveau BREF is voor bedrijven een belangrijk element geworden binnen het milieuvergunningenbeleid, dit zowel in Vlaanderen (VLAREM), als in Europa (Europese IPPC-richtlijn en Richtlijn Industriële Emissies). BBT zijn technieken en maatregelen die het best scoren op milieugebied, dit onder technisch en economisch haalbare omstandigheden.
Het VLAREM (Vlaanderen) legt vast dat een exploitant steeds de beste beschikbare technieken (BBT) moet toepassen ter bescherming van mens en milieu. Dit dient te gebeuren zowel bij de keuze van bronbeperkende maatregelen (aangepaste productietechnieken, grondstoffenbeheersing, beperken van het gebruik van gevaarlijke stoffen, …) als bij de keuze van behandelingsmethodes op het niveau van de emissies. Deze verplichting geldt eveneens voor wijzigingen aan ingedeelde inrichtingen, zelfs voor activiteiten die op zichzelf niet vergunnings- of meldingsplichtig zijn. De naleving van de voorwaarden van VLAREM en/of van de milieuvergunning worden geacht hiermee in overeenstemming te zijn.

De IPPC-richtlijn (Richtlijn inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging, 96/61/EG, gecodificeerd 2008/1/EG) verplicht de lidstaten van de EU om grote milieuvervuilende bedrijven te reguleren middels een integrale vergunning gebaseerd op de beste beschikbare technieken (BBT). Deze richtlijn is van toepassing op alle installaties waarin één of meer van de activiteiten plaatsvinden uit bijlage I.
De Richtlijn Industriële Emissies, RIE (2010/75/EU) is de opvolger van de IPPC-Richtlijn. Deze richtlijn omvat een integratie van de IPPC-Richtlijn met andere Europese richtlijnen zoals de Richtlijn grote stookinstallaties, de Afvalverbrandingsrichtlijn, de Oplosmiddelenrichtlijn. De RIE is op 6 januari 2011 in werking getreden. In Vlaanderen werd deze richtlijn omgezet bij de invoering van de VLAREMtrein 2012 en -2013. Hiermee werd de juridische grond geleverd voor het principe dat de BBT de basis vormt voor de vaststelling van de vergunningsvoorwaarden van IPPC-installaties.
In het kader van de IPPC-richtlijn en de Richtlijn Industriële Emissies worden op Europees niveau BBT-referentiedocumenten (BREFs) opgesteld. Deze BREFs geven per bedrijfstak aan wat de BBT zijn en welke milieuprestaties met de BBT haalbaar zijn. In vergelijking met de GPBV-richtlijn bevat de RIE volgende opvallende wijzigingen:

  • Een belangrijk nieuw onderdeel van de BREFs (BBT-referentiedocumenten) zijn de BBT-conclusies. Dit zijn de conclusies over de Beste Beschikbare Technieken. Hierin worden onder andere de met de Beste Beschikbare Technieken geassocieerde emissieniveaus en de daarmee verbonden monitoring beschreven. De BBT-conclusies hebben een bindend karakter gekregen sinds de invoering van de RIE, IPPC-installaties moeten hieraan voldoen in tegenstelling tot vóór de RIE, waar de BREF’s alleen een richtinggevend karakter hadden.
  • De emissiegrenswaarden in de vergunning mogen niet hoger zijn dan de met BBT geassocieerde emissieniveaus (BBT-GEN) uit de BBT-conclusies.
  • Afwijkingen dienen gebaseerd te zijn op welomschreven criteria en mogen bepaalde waarden niet overschrijden.
  • Een striktere handhaving via bijvoorbeeld een rapportageplicht, systematische milieu-inspecties en bijstelling van de voorwaarden bij herziening van de referentiedocumenten.
  • De eis om de bodem en het grondwater op het terrein van de installatie regelmatig te monitoren (situatierapport).
    Om de BBT-conclusies te implementeren in de Vlaamse regelgeving wordt er geopteerd om een titel III van het VLAREM in te voeren, dit gebeurt met de komst van de VLAREMtrein 2013. Deze titel bevat de bijkomende algemene en sectorale voorwaarden voor IPPC-installaties. De algemene BBT-conclusies die voor elke sector gelijk zijn, worden in titel III van het VLAREM vóór de sectorale milieuvoorwaarden beschreven, en zijn dus van toepassing voor alle IPPC-installaties. Deze algemene voorwaarden hebben betrekking op bodem en de monitoring- en informatieplicht. De sectorale voorwaarden worden pas ingevuld als er BBT-conclusies voor een bepaalde sector beschikbaar zijn, voorlopig enkel voor de ijzer- en staalindustrie en de glasindustrie.

Voor de textielindustrie worden deze verwacht na de goedkeuring en publicatie van de nieuwe BREF textiel.