Langue

Gedeeltelijke vrijstelling bedrijfsvoorheffing onderzoekers

Ondernemingen die onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma's uitvoeren met onderzoekers die een bepaald diploma hebben komen in aanmerking voor een gedeeltelijke vrijstelling van bedrijfsvoorheffing voor onderzoekers.

Dit zijn de onderzoekers die een diploma hebben van doctor in de toegepaste wetenschappen, in de exacte wetenschappen, in de geneeskunde, in de diergeneeskunde of in de farmaceutische wetenschappen, of van burgerlijk ingenieur en die aangeworven zijn in onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma's.

De programmawet van 27 december 2006 breidt de laatste categorie verder uit tot de onderzoekers die een master- of gelijkwaardig dipoma hebben in de volgende opleidingen:

  • ofwel, een diploma van doctor in de toegepaste wetenschappen, in de exacte wetenschappen, in de geneeskunde, in de diergeneeskunde of in de farmaceutische wetenschappen, of van burgerlijk ingenieur
  • ofwel, een diploma van master of een gelijkwaardig diploma in de studiegebieden of combinaties van studiegebieden van:
  • voor de Vlaamse gemeenschap

    • wetenschappen
    • toegepaste wetenschappen
    • toegepaste biologische wetenschappen
    • geneeskunde
    • diergeneeskunde
    • farmaceutische wetenschappen
    • biomedische wetenschappen
    • industriële wetenschappen
    • technologie en nautische wetenschappen
    • biotechniek
    • architectuur
    • productontwikkeling

    voor de Franstalige Gemeenschap :

    • wetenschappen
    • ingenieur
    • landbouwkunde en biologisch ingenieur
    • geneeskunde
    • dierengeneeskunde
    • biomedische en farmaceutische wetenschappen
    • architectuur en urbanisme
    • industriële wetenschappen
    • industriële landbouwwetenschappen

Tegemoetkoming

Alle voormelde begunstigden zijn a rato van 75% van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing vrijgesteld.

Procedure

Bij de indiening van de aangifte in de bedrijfsvoorheffing (formulier 274) moet de werkgever bewijzen dat de werknemers voor wie een deel van de bedrijfsvoorheffing met betrekking tot de periode waarop die aangifte betrekking heeft, niet wordt gestort, inderdaad bij hem actief waren.

Die werkgevers moeten drie afzonderlijke aangiften in de bedrijfsvoorheffing indienen volgens het hierna volgend onderscheid:

  • de eerste aangifte in de bedrijfsvoorheffing bevat de door de werkgever betaalde of toegekende belastbare inkomsten van werknemers die niet in deze maatregel zijn bedoeld en de daarop verschuldigde bedrijfsvoorheffing die in de Schatkist moet worden gestort
  • de tweede aangifte in de bedrijfsvoorheffing bevat uitsluitend de voor die periode betaalde of toegekende belastbare inkomsten van de werknemers die wel in deze maatregel zijn bedoeld, en de daarop ingehouden bedrijfsvoorheffing als bedoeld in hetzelfde artikel
  • de derde aangifte in de bedrijfsvoorheffing bevat een negatief bedrag van de ingehouden bedrijfsvoorheffing.

Bovendien moeten ze een nominatieve lijst (met de gedetailleerde cijfers per persoon) indienen volgens dezelfde categorieën als het formulier 274: niet onderzoekers, onderzoekers, vermindering bedrijfsvoorheffing.

Schema:

gedeeltelijke_vrijstelling-bedrijfsvoorheffing_0.png