Language

Lexicon

Textile dictionary English — Dutch

2000 results found

dyeing period, dyeing timeverftijd
dyeing plant, dyeing houseververij, verfafdeling
dyeing property, tinctorial propertyverfvermogen>aanverfvermogen
dyeing stripekleurband
dyeing temperatureverftemperatuur
dyeing, colorationuitverving>verving
dyerverver
earplugsoordopjes
eccentric sheave, fame camexcentrische schijf, Mickey Mouse
economyeconomie
edge crimping, seam puckerkantkroezing, kantenkroezing
edge trimmingbijknippen
edge, borderafzetten
education, trainingopleiding
elastaneelastaan
elasticelastisch
elasticityrekbaarheid, elasticiteit
elasticityelasticiteit, veerkracht
elastomerelastomeer
elastomer fibreelastomeervezel
electrostatic chargeelektrostatische oplading
elementary fibreelementaire vezel
elongationverlenging, rek
elongation at breakrek bij breuk, breekrek
elongation at breakbreekrek, rek bij breuk
emboss, pebblegaufreren
embroiderborduren
embroidery, tapestrytapisserie, het tapisseriewerk
emergency brakenoodstop
emery rolleremerierol, zandboom, amarilrol
employeewerknemer
employerwerkgever, patroon
emulsifyemulgeren
English numberEngels nummer
entangleverstrengelen>vertangelen
entanglingvertangelen
entanglingverstrengeling>vertangeling
entering plan, drafting planrijgplan, doorhaalplan
environmentmilieu
epinglé, epingleépinglé
equally, evenlyegaal
equipmentuitrusting(kleding)
equipment for taking-in pick endsinlegapparaat
executivekaderlid
exhaust, draw out(dust)afzuigen(stof)
exhaustionuitputting
expander rollergebogen wals
expanding reed, spacing reedexpansieriet, zigzagriet
extruderextruder
extrudingextruderen