Language

Cone calorimeter ISO 5660-1 & ASTM 1354

Testen van warmtevrijstelling volgens ISO 5660-1 en ASTM 1354

De cone calorimeter testopstelling wordt gebruikt om de warmtevrijstelling te bepalen van een materiaal of product blootgesteld aan een gecontroleerd niveau van stralingswarmte. Deze methode bepaalt eveneens de ontsteekbaarheid, het massaverlies, de rookproductie of de verbrandingswarmte van een materiaal.

Principe van de test

Een proefstuk van 10 x 10 cm (en een maximum dikte 5 cm) wordt in een proefstukhouder op een weegcel geplaatst.

Een conisch verwarmingselement zorgt voor een constante stralingswarmte op het oppervlak van het proefstuk. De stralingswarmte wordt op voorhand ingesteld en kan variëren van 0 tot 100 kW/m². De meest gangbare stralingswarmtes zijn 25, 35 of 50 kW/m². Deze straling simuleert de warmte die het materiaal zou kunnen ondervinden bij reële brandsituaties.

De afstand tussen het proefstuk en de onderkant van de straler is 2,5 cm. De opstelling is horizontaal (maar kan indien gewenst ook verticaal ingesteld worden).

Tussen de straler en het proefstuk bevindt zich nog een ontstekingskaars die ervoor zorgt dat eventueel vrijkomende brandbare gassen ontstoken worden.

De bepaling van de warmtevrijstelling (Rate of Heat Release) is gebaseerd op het feit dat de warmte die vrijkomt bij verbranding evenredig is met de hoeveelheid verbruikte zuurstof. Per kg geconsumeerde zuurstof wordt namelijk gemiddeld 13.1 MJ energie (warmte) vrijgesteld.

De rook- en verbrandingsgassen van het proefstuk worden afgezogen en hierin wordt de hoeveelheid zuurstof gemeten. Op basis daarvan kan men dus de hoeveelheid warmte, die vrijgesteld wordt bij verbranding van het proefstuk, berekenen.
Ook de hoeveelheid geproduceerde rook kan gemeten worden, evenals het gehalte CO en CO2 in de rookgassen.

Verder wordt ook het massaverlies en de tijd tot ontsteken geregistreerd.