Language

Mileu-advies aan de industrie

Omdat het steeds belangrijker wordt op een milieuvriendelijke manier te produceren, biedt Centexbel de nodige ondersteuning aan de bedrijven met relevante onderzoeksprojecten, het opvolgen van de milieuwetgeving, het verstrekken van opleidingen, de publicatie van de Milieufax en de begeleiding van individuele bedrijven.

In de textielsector spelen, afhankelijk van het proces, verschillende milieuaspecten een belangrijke rol.

Water

Water is een essentieel medium in de veredelingssector. Zowel de voorziening van proceswater (kwantiteit/kwaliteit) als de lozing/behandeling van het afvalwater verdienen onze bijzondere aandacht.

Voorbehandelingsprocessen (zoals bleken, ontsterken, afkoken, uitwassen...) generen afvalwater met een belangrijke organische belasting. Deze belasting of vervuiling is voor een groot deel afkomstig van producten die tijdens voorafgaande processen op het textielmateriaal worden aangebracht (sterkmiddelen, spinoliën, pesticiden en natuurlijke verontreiniging van dierlijke en plantaardige vezels). Bij ververijen/drukkerijen vormt de kleur van het afvalwater een bijkomend probleem. Deze opvallende visuele vervuiling kan slechts gedeeltelijk worden verwijderd via een conventionele biologische zuivering.

Andere milieutopics vragen eveneens onze bijzondere aandacht: emissies, geur, gebruik van milieugevaarlijke stoffen, milieumetingen...

Energie

Energie is een belangrijk milieuaspect geworden en doet in bepaalde productieprocessen de kosten flink oplopen. Door de hoge energieprijzen is het beslist verantwoord om het energieverbruik drastisch te verminderen, uiteraard met behoud van de kwaliteit.

Terwijl mechanische textielprocessen zoals spinnen, weven, tuften, extrusie, … vooral elektrische energie verbruiken, verbruiken verven en veredelen in de eerste plaats thermische energie. Met een "energiebril" bekeken is verven en veredelen het steeds opnieuw nat maken en drogen van textielmateriaal. Vooral de droogprocessen tussen de verschillende veredelingsstappen vragen veel energie. De jongste jaren wordt energie een steeds belangrijker milieuaspect, omdat men door het energieverbruik te beperken tegelijk de CO2-emissie vermindert.

Om het energieverbruik in kaart te brengen, besparingsmogelijkheden te detecteren en energieprojecten uit te werken en te begeleiden kunt U beroep op Frank Van Overmeire, onze adviseur "energie".

Centexbel nam deel aan het Europese "exBess"-energieproject waar een aantal praktische tools werden ontwikkeld om de energie-efficiëntie in middelgrote en kleinere bedrijven te verbeteren.

De interessantste tools zijn:

Het pilootrapport van het exBess project (publieke hoofdrapport) is beschikbaar op de exbess homepage

Gebruik van stoffen en preparaten

Het gebruik van stoffen en preparaten in de textielnijverheid wordt wettelijk beperkt, zowel door bijlage XVII van de Reach-verordening (EG nr. 1907/2006): Beperkingen op de vervaardiging, het in de handel brengen en het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen, mengsels en voorwerpen (EG nr. 552/2009) als door Vlarem beschreven in de afdeling 4.1.11 en in de sectorale voorwaarden voor textiel (hoofdstuk 5.41).

Gebruik van gevaarlijke stoffen

  • Difenylether, pentabroom- en het octabroomderivaat mogen niet gebruikt worden als verbinding of als bestanddeel van preparaten in concentraties van 0,1 massaprocent of meer.
  • Nonylfenol en nonylfenolethoxylaat mogen niet als verbinding of bestanddeel van preparaten in concentraties van 0,1% (g/g) of meer, worden gebruikt bij textielbewerking. Uitzonderingen worden gemaakt voor die bewerkingen zonder lozing in afvalwater en voor die bewerkingen waarbij de organische fractie in een speciale behandeling volledig uit het proceswater wordt verwijderd vóór het afvalwater biologische wordt behandeld.
  • Perfluoroctaansulfonaten (PFOS) mogen niet als stof of als bestanddeel van preparaten in een concentratie van 0,005 massaprocent of meer worden gebruikt.

Sectorale voorwaarden voor textiel (hoofdstuk 5.41)

Het gebruik van milieugevaarlijke stoffen moet worden beperkt en vermeden worden. Bij voorkeur worden totaal biodegradeerbare en/of bioëlimineerbare producten gebruikt met een lage humane en ecologische toxiciteit en een laag emissie- en geurniveau.

Wanneer worden stoffen als totaal biodegradeerbaar beschouwd?

Bij > 70% verwijdering van opgeloste organische koolstof (DOC) in 28 dagen op basis van testen die de afbraak maten via reductie van opgeloste koolstof (vb. OECD testen 301A, 301E) Bij > 60% degradatie op basis van testen die de afbraak meten via O2-consumptie of CO2-productie (vb. OECD test 301B).

Wanneer worden stoffen als bioëlimineerbaar beschouwd?

  • Bij > 70% opgeloste organische koolstof (DOC) verwijdering in 28 dagen volgens OECD 302B
  • Bij > 80% opgeloste organische koolstof (DOC) verwijdering in 7 dagen volgens OECD 302B met een geadapteerd inoculum.

Een aantal stoffen of stofgroepen dient maximaal te worden vervangen:

  • alkylfenolethoxylaten (APEO)
  • PAK-houdende minerale oliën
  • natriumhypochloriet voor bleektoepassingen (met uitzondering wanneer hoge witheidseisen gesteld worden)
  • cadmiumhoudende pigmenten
  • chloorhoudende carriers: vb. 1,2 dichloorbenzeen, 1,2,4 trichloorbenzeen, dichloortolueen

Een aantal stoffen mag niet langer gebruikt worden:

  • kankerverwekkende azo-kleurstoffen en azo-kleurstoffen die onder reductieve omstandigheden kankerverwekkende amines kunnen afsplitsen
  • pentachloorfenol (PCP- houdende kleurstoffen
  • Cr VI voor oxidatie van zwavel- en kuipkleurstoffen
  • arseen, pentachloorfenol en organotinverbindingen voor rotwerende, motwerende en antimijtbehandelingen
  • ethyleendiaminetetraazijnzuur (EDTA) en diethyleentriaminepentaazijnzuur (DTPA) voor het ontharden van proceswater
  • distearylmetylammoniumchloride (DSDMAC), di(geharde talk)dimetylammoniumchloride (DHTDMAC) en bis(gehydrogeneerdetalkalkyl) imetylammoniumchloride (DTDMAC)

Procesbaden met broomhoudende vlamvertragers of antimoon mogen niet worden geloosd.