Language

De noodzaak van technologische innovatie

De Algemene Raad van Centexbel op 3 december 2009 en het tweejaarlijkse “Members event” vonden plaats in het Monasterium PoortAckere in hartje Gent. De Algemene Raad besprak de financiële gegevens van 2009 en de activiteiten die Centexbel uitvoerde in 2009 en plant voor 2010.
Naast een overzicht van de ingediende dossiers met betrekking tot Technologisch Advies, Thematische InnovatieStimulering en Collectief onderzoek, werden de inspanningen overlopen die Centexbel zich getroost op het vlak van kennisoverdracht aan de textielbedrijven.

ar20091203_0.jpg

Tijdens het aansluitende “Members Event” sprak de heer Karel Vinck, voorzitter van de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid, over “Het belang van technologie innovatie voor de industrie”.

Hoewel Vlaanderen een kleine welvarende regio is, wordt het geconfronteerd met belangrijke economische uitdagingen. Zo is er de globalisering op het vlak van handel, productie én kennis, de opkomst van nieuwe spelers, de industriële productie die uitwijkt naar het Oosten en de economische en financiële crisis. Naast economische uitdagingen moet dringend een antwoord gevonden worden op de vergrijzing van de bevolking, de milieuproblematiek en het mobiliteitsprobleem.

Hoe kan Vlaanderen zijn competitieve positie en bijgevolg zijn welvaart handhaven?

De rol van wetenschap en innovatie in het handhaven van de concurrentiekracht van Vlaanderen zal belangrijk zijn, maar hoe goed scoort Vlaanderen op dit punt? Innovatie is het succesvol transformeren van creativiteit en kennis in economische en maatschappelijke waarden.

Er zijn 3 types innovatie die harmonieus en gelijktijdig moeten worden ingevoerd.

De innovatie in producten en diensten en de innovatie in processen zijn allebei de verantwoordelijkheid van de industrie. De structurele innovatie is de verantwoordelijkheid van de overheid. De overheid moet een klimaat creëren waarin innovatie kan gedijen. De heer Vinck maakte de vergelijking met de Scandinavische landen waar bijvoorbeeld de sociale partners in deze discussie worden betrokken. De Innovatie moet komen van kennisinstellingen (universiteiten, hogescholen, onderzoekscentra) én van bedrijven.

Op dit ogenblik staat Vlaanderen op een bescheiden 22ste plaats op het vlak van innovatie bij de EU-27. Vlaanderen wil echter behoren tot de 5 topregio’s in 2020. De heer Vinck stelt vast dat op het vlak van kennisgeneratie de investeringen in Vlaams onderzoek renderen in in termen van publicaties, citaties en het aantal octrooien. Het omzetten van ideeën in innovatie gaat echter minder vlot.

De krachtlijnen om onze welvaart en welzijn te verzekeren :

Resoluut inzetten op wetenschap en innovatie:

De heer Vinck pleit er dan ook voor om meer middelen vrij te maken voor onderzoek en innovatie. Het Vlaamse Regeerakkoord 2009-2014 heeft als doelstelling de 1% norm te halen tegen 2014. Helaas daalt de Vlaamse begroting voor Wetenschap en Innovatie zowel in 2009 als 2010 en dit in tegenstelling tot de internationale trend.

Bundelen van de krachten en samenwerking:

Naast de overheid moeten ook de bedrijven blijven investeren in onderzoek en ontwikkeling.
Samenwerking en het bundelen van krachten is hierbij van essentieel belang! Men constateert dat Innovatietrajecten steeds complexer worden en dat individuele spelers niet langer alle nodige competenties in huis hebben (multidisciplinariteit). Bovendien houdt innovatie houdt steeds meer risico’s in voor bedrijven (hoge O&O-investeringen, korte productcyclus, onzekere return...). Daarom is samenwerking tussen kennisinstellingen en bedrijven essentieel en is het een middel om schaal en kennis te ontwikkelen.

Keuzes maken :

De middelen zijn immers beperkt en nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen dienen zich aan. Men moet prioriteit geven aan domeinen waarin Vlaanderen internationaal kan uitmunten. In die zin heeft de VRWB in 2006een technologische verkenningsoefening voor Vlaanderen uitgevoerd. Hieruit werden 6 strategische clusters voor Vlaanderen gedefinieerd die een referentiekader vormen voor de stakeholders. Deze zijn Transport – Logistiek – Diensten – Supply chain management, ICT en Diensten in de Gezondheidszorg, Gezondheidszorg – Voeding – Preventie en behandeling, Nieuwe materialen – Nanotechnologie – Verwerkende industrie, ICT voor Socio-economische Innovatie, Energie en Milieu voor Diensten en Verwerkende industrie.
Dit werd uitgewerkt in 10 speerpuntdomeinen en verder geconcretiseerd.

Volgende acties zijn heel belangrijk voor de textielindustrie, die terecht door de heer Vinck als een hoogtechnologische sector wordt omschreven :

  • COHESI Vlaams innovatieplatform voor componentontwikkeling en complexe heterogene systeemintegratie
  • FISCH Flanders Strategic Initiative for Sustainable Chemistry (Duurzame chemie)

De textielsector is via Centexbel bij de laatste twee initiatieven betrokken.

Internationalisering:

Op het vlak van internationalisering kunnen we vaststellen dat Europa steeds meer evolueert naar een open innovatiesysteem met nieuwe instrumenten die de samenwerking bevorderen. Men kiest voor grote projecten en infrastructuur met voldoende kritische massa en specialisatie. Vlaanderen moet daarop inspelen en inzetten op Vlaamse speerpunten. Men moet kiezen voor multidisciplinariteit en grensoverschrijdende samenwerking.

Jan Laperre, directeur-generaal Centexbel