Principe

EN ISO 9239-1 "Bepaling van de bijdrage tot de brandvoortplanting van vloerbedekkingen - Deel 1: Bepaling van het brandgedrag met een warmtestralingsbron" is de testmethode van het Euroclass systeem voor vloerbekleding zoals gedefinieerd in de Bouwproductenverordening.

De warmtestralingsbron simuleert de impact van de thermische stralingsniveaus op de vloer van een gang waarvan het oppervlak verhit wordt door vlammen, hete gassen of beide, tijdens de vroege stadia van brandontwikkeling in een aanpalende kamer of compartiment.

De testmethode kan worden toegepast op alle types vloerbekleding, zoals tapijten uit textiel, kurk, hout, rubber en kunststof, evenals op coatings. De testresultaten geven de prestaties van de vloerbekleding weer, met inbegrip van elk substraat indien van toepassing. Wijzigingen aan de rug, binding, ondertapijt of andere wijzigingen aan de vloerbekleding kunnen de resultaten beïnvloeden.

Het horizontaal georiënteerde proefstuk wordt blootgesteld aan een warmtestralingsbron met een hittestralingsgradiënt van ongeveer 11 kW/m² aan één zijde van het proefstuk tot minder dan 1 kW/m² aan de andere kant. Een brandlijn bevindt zich aan het hoge einde van de hittebron.

De rookproductie wordt geëvalueerd door de demping te meten van een lichtstraal door de rook in de afvoerleiding. Het brandgedrag van het proefstuk wordt waargenomen voor de vlamverspreiding die verwant is met de CHF, of kritische thermische flux (kW/m²) aan het oppervlak van het proefstuk op het punt waar de vlamvoortplanting stopt en de vlam dooft. Als het proefstuk na 30 minuten nog steeds brandt, wordt de voorste positie van de vlam op dat tijdstip gebruikt als CHF.

proefstukken

De proefstukken moeten representatief zijn voor de finale toepassing van de vloerbekleding. Een volledige testreeks vereist acht proefstukken (afmetingen 1050 x 230) mm, vier in één richting (bv. productierichting) en vier in een richting die daar haaks op staat. Met inbegrip van een gekozen substraat (bv. Euroclass A1 of A2 of een support op basis van hout klasse Dfl) mag de gecombineerde vloerbekleding niet dikker zijn dan 40 mm.

Tijdens de normale procedure wordt eerst één proefstuk in één richting getest en één proefstuk in een richting die haaks op de eerste staat. De test met de laagste CHF waarde wordt twee maal herhaald in diezelfde richting, zodat minstens vier testen vereist zijn. Wanneer de richting  het brandgedrag van een product niet beïnvloedt, zijn enkel drie testen (vier proefstukken) vereist.

Procedure

Het proefstuk wordt horizontaal geplaatst onder een gasgestookte warmtestralingsbron en opgesteld in een hoek van 30° wanneer het wordt blootgesteld aan een bepaalde warmteflux. Een proefvlam wordt aangebracht op het warmste einde van het proefstuk.

Na onststeking wordt elke vlamfront genoteerd en wordt de voortplanting van de vlamfront gemeten die horizontaal over de lengte van het proefstuk loopt met betrekking tot de tijd die nodig is zicht om tot de vastgelegde afstanden te verspreiden. Indien vereist, wordt de rookontwikkeling tijdens de test opgetekend als de lichttransmissie in de afvoerleiding.

De resultaten worden uitgedrukt in termen van vlamverspreidingsafstand versus tijd, de critical heat flux (CHF) bij vlamdoving en rookdensiteit versus tijd.

Testresultaten

Het testverslag bevat informatie over de proefstukken en de testresultaten.

De belangrijkste testresultaten zijn:

  • CHF (critical heat flux bij vlamdoving)
  • De integrale van rookverduistering over de testtijd  (uitgedrukt in % * minuten)