Language

Lexicon

Textile dictionary English — Dutch

2000 results found

braidvlechten
braid, braidingvlechtwerk
breakage of the roving, roving breakagewiekbreuk, voorgarenbreuk
breakdown, defect, failuredefect
breakdown, disturbancestoring
breaker cardbrekerkaarde, breker
breaking elongation, elongation at breakbreekverlenging>breukverlenging
breaking strength, tear strengthbreekweerstand, breeksterkte, treksterkte
breaking tension, breaking stressbreukspanning, breekspanning
breast beam, fore beamborstboom, zandboom, emerierol
breast rollervoortrommel
briefing, information meetingbriefing
bright, brilliantglanzend
bright, lighthelder
brightening, scroopingaviveren
brocadebrokaat
brushborstelen
buckle catchdoorn(van clark)
bufferbufferen
bugbug
bulk, voluminosityvoluminositeit, volumineusheid
burlingnoppen
burr, extract burrsontklitten
bushing, spinning beamspinbalk, smeltbalk, spinplaat
buttonknoop
by-productbijprodukt>nevenprodukt
cablekabel
cable yarnkabelgaren, de kabeldraad
cable yarngekableerd garen, kabelgaren
cable, towspinkabel
cablingkableren
calenderkalanderen
calenderkalander
calender roller, mangle rollerkalanderwals
calico(plain)calicot, calico
camnok
camexcentriek, de nok
cam boxslotenplaat
cam cylindergegroefde trommel
cam rollnokvolger, nokrol
camel hairkameelhaar
can change, change of canpotwissel
canvas, duck, tentingcanvas
car cover fabricautobekleding, automobielbekleding
carbonisecarboniseren
card cankaardepot, lontpot, lontkan
card clothingkaardbeslag, kaardebeslag
card clothinggarnituur, het kaardebeslag
card paperkaartpapier
card punching defectkartonfout