• Bedrijfsconcept
  • Chemicaliën
  • Garens
  • Kleding
  • Materialen
  • Proces
  • Testing
  • Vezels
  • Reset All
  • Abaca

    De abaca is een bananensoort die oorspronkelijk op de Filipijnen groeide en een vezel levert, de manillahennep, die geoogst wordt uit de bladeren en bladnerven. De manillahennep is zeewaterbestendig wordt vooral gebruikt in de touwslagerij.

  • Abrasieweerstand, schuurweerstand

    De weerstand van een vezel of weefsel tegen oppervlakteslijtage en wrijving.

  • Acetaatvezel

    Celluloseacetaat is een kunststof, die werd ontwikkeld in 1865 en is een ester van cellulose en azijnzuur. Het wordt vooral toegepast als kunstvezel in textiel onder namen als celanese en acetaat. Toepassingen in lingerie, bruidsjurken, feestkledij, blouses. Tegenwoordig wordt het gemengd met katoen, wol, nylon. Het wordt ook gebruikt voor gordijnen, sigarettenfilters en andere filters, luiers, viltstiften.

  • Acrylvezel

    Acrylvezel, ook wel polyacryl, polyacrylonitril of kortweg acryl genoemd, is een synthetische vezel, die wordt verkregen uit polymerisatie van acrylonitril.

  • Air-Jet Spinning

    Pneumatische methode waarbij een garen wordt gesponnen via het wikkelen van vezels door middel van perslucht omheen een vezelstreng, die de kern van het garen vormt.

  • Airlaid nonwoven

    Airlaid nonwovens worden geproduceerd door de vezels in een luchtstroom te brengen en van daaruit op een transportband of geperforeerde drum waar ze een toevallig gevormd web vormen.

  • Angora

    Verwar de volgende grondstoffen niet: mohair komt van een geit, terwijl een konijn het angora levert.

  • Anorak

    De anorak is oorspronkelijk een kledingstuk van de Inuit dat hen tijdens hun jacht in kajaks en op sleeën beschermt tegen neerslag en kou.

  • Astrakan

    Astrakan of Persianer is een kortharig bont met zeer uiteenlopende haarstructuur, variërend van sterk krullend tot platte krul en moiré-typen. Het is in de bruine en zwarte tinten meestal geverfd. Gewicht en soepelheid kunnen veel verschillen. Het is afkomstig van het pasgeboren lam van het karakoelschaap. Als het lam al binnen 48 uur geslacht is heet het breitschwanz.

  • Autoclaaf

    Een autoclaaf is een drukkamer die wordt gebruikt om industriële processen uit te voeren die hoge temperaturen vereisen en een druk die verschilt van de omgevingsdruk. Autoclaven worden in de textielindustrie gebruikt om verschillende veredelingsoperaties uit te voeren; in de medische wereld worden ze gebruikt om instrumenten en doeken te steriliseren; in de chemische industrie voor het uitharden van coatings en om rubber te vulkaniseren.

  • Babykleding

    Kleding voor kinderen tijdens hun eerste levensjaar. STANDARD 100 by OEKO-TEX® legt de strengste vereisten op voor kleding/artikels voor baby's en peuters tot 3 jaar (ondergoed, kruippakjes, kleding, beddengoed, badstof producten, enz.).

  • Badjas

    Een badjas, ochtendjas of kamerjas is een loszittend kledingstuk uit badstof, katoen of fleece en wordt gedragen over nacht- of andere kleding of op het naakte lichaam. Een badjas wordt typisch thuis gedragen na het bad of aan het zwembad.

  • Badpak

    Een badpak is een kledingstuk dat vrouwen (maar in vroegere tijden ook mannen) aantrekken om aan sport of andere activiteiten in het water te doen, zoals zwemmen, duiken en surfen, maar ook zonnebaden.

  • Bastvezel

    De bastvezel wordt uit het floëem of de bast van bepaalde planten gewonnen. Voorbeelden zijn: vlas (linnen), hennep, jute, kenaf, kudzu, okra, ramie.

  • Beha

    Een beha, bh of bustehouder is een aansluitend kledingstuk dat vrouwen als ondergoed dragen ter ondersteuning en bescherming van hun borsten.

  • Berbergaren

    Ecru garen met bruine spikkels, vooral gebruikt in de productie van tapijten.

  • Beschermende handschoenen

    Beschermende handschoenen behoren net als beschermende kleding tot de groep van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) en kunnen in 3 categorieën worden onderverdeeld volgens type en risico/gevaar waartegen ze bescherming bieden:

    CATEGORIE I / EENVOUDIG ONTWERP: Handschoenen die worden gebruikt voor werk met een minimum aan risico's, zoals tuinhandschoenen en montagehandschoenen. De fabrikant moet kunnen aantonen dat het product voldoet aan de fundamentele eisen voor beschermende handschoenen (volgens EN 420), en is verantwoordelijk voor het waarborgen van de CE-markering. Dit geldt voor alle beschermende handschoenen.

    CATEGORIE II / MIDDEN-ONTWERP: Veel beschermende handschoenen behoren tot deze categorie, zoals handschoenen met eisen op het vlak van mechanische duurzaamheid ter bescherming tegen bijvoorbeeld snijden. Als handschoenen een CE-markering willen krijgen, moet de fabrikant kunnen aantonen dat het product voldoet aan zowel de fundamentele eisen als aan andere normen die van toepassing zijn op specifieke gebieden van het gebruik. De handschoenen moeten worden getest door een erkend laboratorium en goedgekeurd door een officiële instantie die certificaten uitgeeft. Handschoenen in categorie II dienen te worden gemarkeerd met een pictogram, dit is een symbool dat aangeeft waarop de handschoen is getest en op welk prestatieniveau.

    CATEGORIE III / COMPLEX ONTWERP: Deze handschoenen kunnen bescherming bieden tegen zaken als zeer gevaarlijke stoffen. Ze moeten beschermen tegen blijvende schade in situaties waarin het lastig voor de gebruiker is om tijdig de risico's in te kunnen schatten. Dit omvat handschoenen die beschermen tegen hitte (boven 100° C) en extreem lage temperaturen (onder -50° C) en handschoenen die worden gebruikt voor de behandeling van de meeste chemicaliën. De handschoenen moeten worden getest door een erkend laboratorium en goedgekeurd door een officiële instantie. Een verdere eis is een jaarlijkse controle van het productieproces en de handschoenen moeten grondig worden geïnspecteerd om de juiste kwaliteit te waarborgen. Pas nadat is gebeurd, kunnen de handschoenen worden voorzien van een CE-markering. De identiteitscode van de officiële instantie (vier cijfers) moet direct na de CE-markering worden geplaatst, bijvoorbeeld CE 0493.

  • Beschermende kleding

    Beschermende kleding beschermt de drager ervan tegen verschillende risico's zoals verwondingen en infecties.

  • Big science

    Big science is een term waarmee wetenschappers en wetenschaphistorici een reeks veranderingen in de wetenschappen beschrijven die plaatsgrepen tijdens en na WOII, toen de wetenschappelijke vooruitgang meer en meer steunde op grootschalige projecten gefinancierd door regeringen of groepen van regeringen.

  • Binding

    Binding is de manier waarop de draden zich in een textielproduct kruisen (ketting en inslag). Het uiterlijk en eigenschappen als sterkte en vervormbaarheid worden door de binding bepaald.

  • Bladvezel

    Bladvezels zijn natuurlijke cellulosevezels afkomstig van plantenbladeren. Voorbeelden zijn sisal, abaca en raffia.

  • Blootwol

    Wol van de huid van geslachte of gestorven dieren, in de regel door fermentatie of chemische behandeling verkregen.

  • Blouse, bloes

    Een bloes of blouse is een kledingstuk voor het bovenlichaam met kraag en lange mouwen en worden vooraan gesloten met knoopjes.

  • Bont

    Bont is een gevilde zachtbehaarde dierenhuid, gelooid met behoud van de haren. Bont is dus een gevilde en gelooide vacht of pels, maar de termen pels en bont worden ook wel gebruikt voor kledingstukken van bont.

  • Bovenkleding

    De kleding die zichtbaar is en gedragen wordt boven de onderkleding.

  • Breisel, breiwerk

    Breisels bestaan uit draden die in een golfvorm gelegd zijn en dan door elkaar gehaald worden. In een inslagbreisel lopen de draden in de breedterichting en in een kettingbreisel in de lengterichting. Ook de breierij kent 3 grondbindingen, waarvan het effect het duidelijkst te zien is in inslagbreisels, in kettingbreisels is dit moeilijker te zien.

  • Breiwerk, breisel

    Breisels bestaan uit draden die in een golfvorm gelegd zijn en dan door elkaar gehaald worden. In een inslagbreisel lopen de draden in de breedterichting en in een kettingbreisel in de lengterichting. Ook de breierij kent 3 grondbindingen, waarvan het effect het duidelijkst te zien is in inslagbreisels, in kettingbreisels is dit moeilijker te zien.

  • Broek

    Een kledingstuk dat het gedeelte van het lichaam tussen de taille en de enkels of knieën bedekt, met twee afzonderlijke pijpen voor beide benen.

  • Calicot

    Fijne, linnenachtige stof van ongebleekt katoen die veel voor boekbanden wordt gebruikt.

  • Cellulose

    Cellulose is een polysacharide die door nagenoeg alle planten wordt gemaakt (vooral bomen).

  • Cellulosetriacetaat

    Cellulosetriacetaat is een ester van cellulose en azijnzuur en wordt gesynthetiseerd door cellulose te behandelen met azijnzuur. Cellulosetriacetaat wordt vooral gebruikt in de productie van textiel. Het is zeer goed bestand tegen hitte (tot 200°C).

  • Chenille

    Chenille verwijst zowel naar een soort garen als naar een stof die gemaakt is van dit garen. De naam komt van het Franse woord voor rups, waar het garen uiterlijk op lijkt. Een dunne draad wordt omwonden met een dikke, zacht gesponnen draad. Na het twisten wordt deze dikke draad over de lengte van het garen doorgesneden, waardoor de draadeindjes uit gaan staan, het zogenaamde haar. Naast natuurlijke grondstoffen zoals katoen of linnen voor de ketting en wol of zijde voor de inslag, worden ook kunstgarens zoals kunstzijde en acryl gebruikt.

  • Cheviotwol

    Stevige, dikke, weinig gekroesde wolsoort, afkomstig van de cheviot, een Engels en Schots schapenras uit de Cheviot Mountains tussen Northumberland en de Schotse grens.

  • Chloorvezel, PVC-vezel

    Vezels ontwikkeld uit polyvinylchloride (PVC). De vezel wordt gemengd met andere vezels.

  • Chroombeitskleurstof

    Chroomgebaseerde kleurstof die moet worden vermengd met verschillende soorten zuren om wol en katoen te kleuren.

  • Circulaire economie

    De circulaire economie is een economisch systeem waarin de herbruikbaarheid van producten en grondstoffen wordt geoptimaliseerd en waardevernietiging geminimaliseerd. In tegenstelling tot het huidige lineaire systeem, waarin grondstoffen worden omgezet in producten die aan het einde van hun levensduur worden vernietigd.

  • Circulaire input

    Gebruik van hernieuwbare energie en bio-gebaseerde of volledig recycleerbare grondstoffen.

  • Colbertjas

    Een colbert is een kledingstuk met lange mouwen voor het bovenlichaam; het sluit vooraan en wordt gedragen boven andere kleding of onder een jas in de winter.

  • Confectiekleding

    Confectie wordt in massaproductie vervaardigd en wordt als afgewerkt product verkocht in standaardmaten. Het voordeel hiervan is dat de prijs van de kledingstukken relatief laag gehouden kan worden.

  • Cool Wool

    Cool Wool vezels zijn meer dan drie keer fijner dan een gemiddeld menselijk haar. Dankzij hun ademendheid en isolerende eigenschappen houden ze de drager warm in een koude omgeving en fris tijdens de heetste dagen.

  • Corduroy, ribfluweel

    Corduroy, ook wel ribfluweel of ribcord genoemd, is een weefsel met zachte ribbels in de lengterichting. Oorspronkelijk werd corduroy van katoen gemaakt, later ook van andere vezels.

  • Crêpe

    Crêpe of krip is een zijden, wollen of polyester stof met een gerimpeld uiterlijk. Het is van oorsprong een Japanse, zijden stof, geweven in effenbinding.

  • Cretonne

    Cretonne is een zwaar weefsel uit katoen, linnen of hennep in kleurrijk geprinte designs en doorgaans gebruikt als meubel- en interieurstof.

  • Crossbredwol

    Wol afkomstig van een schapenras dat is ontstaan door het kruisen van verschillende schapenrassen.

  • Crowdfunding

    Crowdfunding is een alternatieve financieringsvorm, waarbij een project of onderneming wordt gefinancierd door het inzamelen van heel veel kleine geldsommen bij een grote groep mensen. Dit gebeurt vooral via het internet.

  • Damast

    Damast is een weefsel uit zijde, wol, linnen, katoen of uit synthetische vezels en ontstaat door een weeftechniek, waarbij tekeningen aangebracht worden op een achtergrond van dezelfde kleur. De tekening is daardoor juist vanuit een bepaalde hoek goed te zien.

  • Denier

    Denier is het gewicht in gram van 9000 m garen. Bekende nummers zijn 20, 30 en 60 denier. Bij de gewichtsnummering bestaat er een evenredig verband tussen garendikte en garennummer: een dikker garen heeft een hoger nummer.

  • Denim

    Denim is een afkorting van de oorspronkelijke Franse benaming serge de Nîmes. Denim of spijkerstof, is een weefsel in keperbinding en wordt veel gebruikt voor kleding. Het is een bijzonder sterke, gekeperde katoenen stof.

  • Design, Ontwerp

    Uitvoering van een concept of idee in de vorm van een configuratie, tekening, model, mal, patroon, plan of productspecificatie (waarop de eigenlijke of commerciële productie is gebaseerd) en die de beoogde doelen van het artikel helpt te verwezenlijken.

  • Dierlijke vezels

    Dierlijke vezels zijn natuurlijke vezels afkomstig van schapen, kamelen, lama's, konijnen, geiten, enz (wol) of van rupsen of spinnen (zijde).

  • Duurzaam consumentengedrag

    Het gebruik van diensten en producten die beantwoorden aan de basisbehoeften en leiden tot een betere levenskwaliteit terwijl het gebruik van natuurlijke bronnen en giftige materialen en de uitstoot van afval of polluenten gedurende de levensloop van de dienst of het product tot een minimum worden herleid, zodat de behoeften van toekomstige generaties niet in het gedrang komen.

  • Ecolabel

    Een ecolabel is een keurmerk dat wordt toegekend aan producten of diensten die minder milieubelastend zijn dan kwalitatief vergelijkbare producten of diensten, op basis van een aantal vooraf bepaalde criteria.

  • Effenbinding, platbinding

    De effenbinding of platbinding is de eenvoudigste binding. In een weefsel kruisen de draden elkaar steeds één op, één neer. De kettingdraden worden elke keer tegenovergesteld omhoog getild.

  • Eiwitvezels

    Dierlijke vezels zoals wol, haar en zijde, zijn opgebouwd uit eiwitten of proteïnes. De eiwitvezels worden gemaakt uit dierlijke bronnen door de condensatie van a-aminozuren die een regelmatig patroon vormen van polyamide-eenheden met een variërend substituent van de a-koolstofatoom. Eiwitvezels hebben doorgaans een gemiddelde sterkte, veerkracht en elasticiteit. Ze zijn zeer waterabsorberend en hebben een uitstekend vochttransport. Ze zijn antistatisch.

  • Elastaan, Lycra, Spandex

    Elastaan is een kunstvezel (Polyurethaan-elastomeer) met een zeer hoge elastische rekbaarheid. Het materiaal werd in 1958 ontwikkeld door Joseph Shivers, een chemicus van het bedrijf DuPont.

  • Elastomeer

    Een elastomeer is een visco-elastisch polymeer (tegelijk vormvast en elastisch). Het woord elastomeer komt van de woorden ‘elastisch’ en ‘mer’ (meros in het Grieks betekent deel, zoals in bijvoorbeeld ‘polymeer’ of ‘monomeer’) Een elastisch materiaal neemt weer zijn oorspronkelijke vorm aan na verwijdering van een externe belasting zolang de belasting binnen het kritische gebied valt. Indien de belasting gedurende lange tijd wordt aangehouden ontstaat een fenomeen dat men kruip noemt, de rek neemt toe onder constante belasting en dit resulteert in een permanente vervorming van het elastomeer. (Dit treedt bijvoorbeeld op als men een elastiek gedurende lange tijd opspant)

  • Etikettering

    Wanneer textielproducten op de markt worden aangeboden, zijn zij voorzien van een etiket of merk dat de vezelsamenstelling ervan aanduidt. De etikettering of het merken van textielproducten is duurzaam, goed leesbaar, zichtbaar en toegankelijk, alsook, in het geval van een etiket, stevig bevestigd.

  • Fase-overgangmaterialen (PCM)

    Materialen met een fase-overgang (doorgaans aangeduid met de Engelse benaming PCM of Phase Change materials) vormen een buffer tegen temperatuurschommelingen. Wanneer ze van de ene in de andere fase overgaan (bv. vast-vloeibaar) slaan ze energie op of geven die opnieuw vrij terwijl de omgevingstemperatuur constant blijft.

  • Filament

    Continu gesponnen vezel (synthetische vezels of zijde). Filamenten zijn in principe eindeloos.

  • Filamentgaren

    Garen samengesteld uit één of meerdere filamenten.

  • Flanel

    Flanel is een textielsoort die gemaakt is van los gesponnen garen dat geweven is in een linnen- of keperbinding. Meestal is het een één- of tweezijdig geruwde katoenen stof, maar flanel kan ook van synthetische vezels worden gemaakt, of samengesteld zijn uit verschillende vezels. De stof wordt vaak gebruikt voor beddengoed, pyjama's en overhemden.

  • Fleece

    Fleece is een synthetisch stof, meestal van polyester, die sterk isoleert.

  • Floretzijde

    Zijde gemaakt uit het harde binnenste van de cocon van de zijderups; floret.

  • Fluorescerende materialen

    Fluorescerende materialen absorberen lichtfotonen met korte golflengte (hoog energetisch) en zenden vrij snel licht uit met een langere golflengte. Een typisch voorbeeld zijn de optische witmakers: zij absorberen UV stralen en zenden zichtbaar licht uit, waardoor een materiaal optisch een veel witter effect krijgt.

  • Fluweel

    Fluweel is een geweven stof, waarbij rechtopstaande pluizen, de zogenaamde pool van zijde of katoen met de kettingdraden zijn meegeweven en zijn afgesneden.

  • Fosforescerende materialen

    Fosforescerende materialen slaan lichtenergie op bij blootstelling aan een lichtbron. Deze energie wordt nadien vrijgesteld in de vorm van zichtbaar licht. Dit effect is zichtbaar in het donker gedurende een bepaalde tijd.

  • Fotochromatische materialen

    Fotochromatische materialen zijn kleurloze materialen die kleur “uitzenden” bij blootstelling aan licht, zoals zichtbaar licht en UV stralen. Bij blootstelling aan licht verandert hun moleculaire structuur waardoor de materialen kleur krijgen. Wanneer de lichtbron wordt verwijderd, verdwijnt ook de kleur.

  • Fotovoltaïsche cellen

    Fotovoltaïsche cellen zijn halfgeleiders die, onder invloed van (zon)licht een elektrische spanning kunnen opwekken. Verschillende cellen worden aan elkaar gekoppeld om zo voldoende energie op te wekken.

  • Gesneden vezel, stapelvezel

    Wanneer een continue gesponnen garen (filament) op lengte wordt gesneden, wordt het een stapelvezel.

  • Glasvezel

    Deze haardunne vezel van glas wordt geproduceerd via een smeltproces. Glasvezel wordt gebruikt ter versteviging van kunststoffen in composieten. Glasvezel in de vorm van glaswol wordt gebruikt als isolatiemateriaal.

  • Haaienvinnenpak

    Ergonomie en sport vinden elkaar in de zoektocht naar de hoogst mogelijke prestatie met de minst mogelijke inspanning. In de zwemwereld leidde dit tot een revolutie van de zwempakken. Speedo pakte op de Spelen in Sydney 2000 als eerste uit met het haaienvinnenpak, FastSkin genaamd. In Athene 2004 stond de opvolger FastSkin II klaar. V-vormige groeven houden kleine luchtbelletjes vast, die de weerstand en turbulentie rond het lichaam verminderen, waardoor het omgevende water effectiever over de huid kan passeren. Andere merken van sportkleding zoals Adidas, Arena en Nike ontwierpen eigen zwempakken die de aerodynamica van de zwemmer sterk verbeterden.

  • Handschoenen

    De handschoen is een accessoire of een kledingstuk onder meer bedoeld ter bescherming van de hand tegen allerlei kwalijke invloeden van buitenaf. Ze worden geproduceerd en verkocht als paar (met een exemplaar voor de linker- en een voor de rechterhand).

  • Haute couture

    Haute couture is ontworpen door modeontwerpers die voor een selecte markt werken. Er worden slechts één of soms enkele exemplaren van de kledingstukken gemaakt, die op maat worden gemaakt voor de drager ervan. Alle couturestukken worden dan ook met de hand gemaakt van de fijnste stoffen en met gebruik van de meest verfijnde technieken.

  • Hennep

    Doorheen de geschiedenis werd hennep volop gebruikt voor de productie van touw, weefsels, industriële materialen. Hennep werd vaak toegepast in zeildoeken. Het woord canvas is afkomstig van cannabis. Zuivere hennep heeft een gelijkaardige structuur als linnen.

  • Incrementele innovatie

    Een reeks van kleine verbeteringen aangebracht aan een product of productielijn waardoor bedrijven doorgaans hun concurrentiepositie kunnen behouden of verbeteren in de loop der tijd.

  • Industry 4.0

    Industry 4.0 (ook smart industry geheten) is de volgende fase in de digitalisering van de maaksector die wordt aangestuurd door vier breuklijnen: de verbazingwekkende groei van datavolumes, computercapaciteit en connectiviteit, vooral dankzij de nieuwe breedbandnetwerken met laag vermogen; de opkomst van analytische en business intelligence capaciteiten; nieuwe vormen van mens-machine interacties zoals touch interfaces en verhoogde realiteitssystemen; verbeterde doorstroming van digitale instructies naar de fysieke wereld, zoals geavanceerde robotica en 3D printen.

  • Ingekapselde producten

    Ingekapselde producten worden omgeven door een polymeersmantel die de inhoud afschermt van de matrix aan de andere zijde van het polymeer. Deze polymeermantel is al dan niet breekbaar.

  • Innovatie

    Innovatie is het proces waarin een idee of uitvinding wordt vertaald in een product of dienst die meerwaarde creëert of waarvoor klanten bereid zijn te betalen.

  • Intellectuele eigendom

    Intellectuele eigendom (IE) is een verzamelnaam voor een aantal rechten die zijn vastgelegd in nationale en internationale wetten. Onder intellectuele-eigendomsrechten worden de quasi-exclusieve rechten van rechthebbenden op een voortbrengsel van de menselijke geest verstaan. Tot de intellectuele-eigendomsrechten behoren sterk uiteenlopende rechten als het auteursrecht, naburige rechten, het databankenrecht, het octrooirecht, het merkenrecht, het modellenrecht, het handelsnaamrecht, het kwekersrecht en het chipsrecht.

  • Jaarlingswol

    De tweede schering van een lam jonger dan 12 maanden en sterker dan lamswol.

  • Jacquardweefsel

    Stof met ingeweven patronen, vervaardigd op een Jacquardgetouw.

  • Jersey

    Jersey is een verzamelnaam voor breisels met een rechts-links-binding.

  • Jurk

    Een jurk, japon of kleed(je) is een kledingstuk waarbij het bovenstuk en de rok één geheel vormen en dat het lichaam vanaf de schouders tot de benen bedekt.

  • Jute

    Jute is een lange, zachte, glanzende, plantaardige bastvezel die tot ruwe, sterke draden kan worden gesponnen. Het wordt verkregen uit planten uit het geslacht Corchorus. Jute is een van de goedkoopste natuurlijke vezels, en na katoen de meest gebruikte. De vezels van jute zijn hoofdzakelijk samengesteld uit cellulose en lignine.

  • Kaarden

    Kaarden is een mechanisch proces waarbij wolvezels ontward, gereinigd en vermengd worden om een continue vlies of lont te maken dat geschikt is voor verdere verwerking. Dit gebeurt door de vezels tussen differentieel bewegende oppervlakten, bekleed met kaarddoek, te geleiden die de vezel ontwarren en voor-oriënteren. Van de vezels wordt een vlies gevormd dat daarna tot een dikke bundel vezels, de lont, wordt samengevoegd.

  • Kameelhaar

    Dierlijke vezel verkregen van kamelen. De beste vezels komen van de kamelen van de "Camelus ferus bactrianus". Deze kamelen hebben een beschermende buitenpels van ruwe vezels die tot 40cm lang kunnen doorgroeien. De fijne, korte vezels van de isolerende onderlaag zijn 4 tot 13 cm lang en wordt kameelhaar of kameelhaarwol genoemd. Het haar wordt doorgaans niet geschoren of geplukt, maar verzameld als de dieren ruien. De zachte dons wordt gescheiden van de ruwe haren door kammen. Het resultaat is een fijne roodkleurige vezel met een diameter van 5-40 microns. Weefsels gemaakt van kameelhaar zijn zeer isolerend en comfortabel. Kameelhaar wordt vooral gebruikt in kwaliteitsjassen, breiwol, gebreid textiel, dekens en karpetten. De ruwe buitenste vezels zijn sterk en worden toegepast in industriële weefsels zoals machineriemen.

  • Kammeling

    Korte uitgekamde wol, afval van het kaarden.

  • Kamwol

    Wol die door het wolkammen is voorbereid voor verdere behandelingen - wolkammen heeft tot doel de vezels van wol parallel te leggen en van ongerechtigheden te ontdoen. Ook de kortere vezels worden zo verwijderd. Zo ontstaat een glad gesponnen ruwvezelgaren. Kamwol is bovendien regelmatiger, minder volumineus en minder warmte-isolerend dan kaardwol.

  • Kapok

    Kapok is een product van de kapokboom. Uit de rijpe vruchten van de kapokboom vormt zich een pluk zachte vezels, die bestaat uit de haren op de zaden. Deze vezels worden onder meer gebruikt als vulling voor kussens en vesten.

  • Kasjgora, cashgora

    Wol van de cashgorageit, een kruising van de kasjmier- en de angorageit. Cashgorawol verenigt de fijnheid van de wol van de eerste soort met de glans van de tweede soort. Bovendien is cashgora resistent, wit, elastisch en zeer goed isolerend.

  • Kasjmiergaren

    Kasjmiergaren wordt gesponnen uit de winterse ondervacht van kasjmiergeiten. De ondervacht van deze geiten is van zichzelf al heerlijk ‘wollig’ zacht. Kasjmiergaren is ongelofelijk fijn, want een gemiddelde haar heeft een doorsnede van minder dan 12 tot 19 micrometer.

  • Kasjmir, kasjmier

    Type wol afkomstig van de Kasjmirgeit. De Kasjmirwol is een fijne en zeer zachte, soepele vezel, 19 tot onder 12 µm. De geiten hebben de kleuren wit, grijs, bruin en zwart. De gewenste fijne vezels zitten alleen in de ondervacht. De stuggere vezels van de bovenvacht moeten verwijderd worden. Dit gebeurt machinaal. Per geit is de opbrengst ongeveer 150 gram per keer. Kasjmir is een dure natuurvezel en wordt daarom vaak met merino of andere wol gemengd. De prijs is er vooral van afhankelijk hoe fijn de wol is. Als gevolg van de fijne vezels hebben artikelen van Kasjmirwol zeer goede warmte-isolerende eigenschappen bij een laag gewicht.

  • Kationische kleurstof, basische kleurstof

    Kationische of basische kleurstoffen zijn wateroplosbaar en reageren met zure groepen in een vezel. Zure groepen komen vooral voor in polyacryl vezels.

  • Katoen

    Katoen is een zachte, eencellige vezel, die uit de opperhuid (epidermis) van de zaden van de katoenplant (Gossypium) groeit. De vezels worden doorgaans tot draden gesponnen en als zodanig gebruikt om zacht, luchtdoorlatend textiel van te maken.

  • Keperbinding

    De keper wordt geweven door voor iedere inslag het bindpunt zijwaarts in één richting te verplaatsen. Hierdoor schuiven de bindpunten progressief op in schuine lijn; dit vormt het typische aanzicht van een keperweefsel. De karakteristieke diagonale lijnen in het weefsel lopen door van de rechterbenedenhoek tot aan de linkerbovenhoek of vice versa.

  • Kleding

    Kleding is doorgaans gemaakt uit vezels en textielmateriaal en wordt gedragen op het lichaam. Het dragen van kleding is doorgaans beperkt tot de menselijke soort en is een kenmerk van bijna alle culturen. De hoeveelheid en soort kleding hangt af van sociale en geografische (klimatologische) factoren. Sommige kledingstukken zijn genderspecifiek. Kleding beschermt de drager en heeft een symbolische functie: sociaal, religieus, ethisch.

  • Kledingmaat

    Een kledingmaat is de maat die gebruikt wordt om tot passende kleding te komen. Er worden heel wat verschillende standaards gebruikt voor verschillende kledingstukken zoals jurken, bloesjes, rokken en broeken.

  • Kleurechtheid

    Kleurechtheid verwijst naar de eigenschap van materialen om hun kleur te behouden onder externe omstandigheden, zoals nat en droog wrijven, wassen, chemisch reinigen, zweet, licht en transpiratie

  • Kokosvezel

    Taaie en stugge plantenvezel die afkomstig is van de bast van kokosnoten. Kokosvezel zit in de pulplaag tussen de harde kern van de noot en de buitenste schil. Er bestaan twee types: de bruine en de witte. De bruine vezel komt van rijpe noten en wordt onder andere toegepast in de singels die gebruikt worden in meubelstoffering, voor matten en zakken en in de tuinbouw. Witte kokosvezel komt van onrijpe vruchten en wordt gebruikt voor fijnere toepassingen zoals borstels, touw en netten.

  • Kousen

    Een kous is een aansluitend, elastisch kledingstuk dat de voet en (een gedeelte van) het been bedekt. In Vlaanderen verstaat men onder kous meestal elke beenbedekker, lang of kort; in Nederland noemt men de voetbedekker die tot over de enkels reikt: sok, en de langere beenbedekkers tot aan de knie, of nog hoger tot op de dijen of de liezen: kous.

  • Kunstvezel, synthetische vezel

    Synthetische vezels zoals nylon, perlon, dralon, rayon, viscose ... zijn producten van het menselijk vernuft. Voor 1910 bestonden er geen synthetische of chemische vezels. Door verschillende componenten bij elkaar te voegen, kunnen fabrikanten basisvezels waterbestendig of beter absorerend maken, warmer/koeler, dikker/dunner, stijver/soepeler. Sommige kunstvezels zoals polyester en elastaan laten zich goed combineren met natuurlijke vezels en maken de weefsels kreukvaster en aansluitender.

  • Lamswol

    Wol afkomstig van de eerste schering van het lam.

  • Lean manufacturing

    Meer doen met minder dankzij "lean thinking". Voortdurende zoektocht naar het verwijderen of verminderen van de drie "vijanden" van Lean: Muda (afval), Muri (overbelasting) en Mura (oneffenheid) - of elke activiteit die energie- en materiaalbronnen gebruikt zonder het creëren van toegevoegde waarde - in ontwerp, productie, verdeling en klantendiensten. Het Lean concept werd ontwikkeld door Toyota.

  • Lingerie

    Lingerie is een ander woord voor damesondergoed en -nachtkleding gemaakt uit fijne weefsels versierd met kant of borduurwerk.

  • Linnen, lijnwaad

    Linnen wordt gemaakt uit de vlasvezel. Zowel de textielvezel als het uiteindelijke textiel wordt aangeduid als linnen. Kleding uit linnen weefsels worden gewaardeerd omwille van hun frisheid in warme temperaturen.

  • Luchtdoorlatendheid

    Porositeit of de mate waarin lucht doorheen een weefsel dringt. Luchtdoorlatendheid bepaalt onder andere de windweerstand van zeildoeken, de luchtweerstand van parachutedoeken, de efficiëntie van verschillende soorten filtermaterialen. Het bepaalt ook de warmte/koelte van weefsels.

  • Lycra®

    Handelsnaam neergelegd door Invista (voorheen DuPont) voor elastaan, een polyuretaanelastomeer met zeer hoge elastische eigenschappen.

  • Massacustomisatie

    Productie van gepersonaliseerde of op maat gemaakte goederen en diensten die beantwoorden aan de verschillende en veranderende behoeften van de consument aan prijzen die zich in de buurt van massaproducten bevinden. Technologieën zoals digitalisering, internet, product modulering en lean productie luiden de laatste fase in van marktsegmentatie waarbij elke klant producten kan aankopen die precies beantwoorden aan zijn/haar wensen.

  • Matrastijk

    Stevige, dichtgeweven textiel die traditioneel werd geweven in een gestreepte katoenen of linnen keper en wordt gebruikt voor matras- en kussenovertrekken, onderbekleding.

  • Merino

    Fijne, sterk gekroesde wolsoort afkomstig van het merinoschaap.

  • Metaalvezel

    Anorganische vezel met geleidende eigenschappen en/of EMI afscherming.

  • Microvezel

    Synthetische vezel waarvan de titer fijner is dan 1 denier of 1 decitex (1 g/10 km).

  • Minerale vezels

    Minerale vezels zijn anorganische vezels en worden ge-extrudeerd uit gesteenten en metalen: keramische vezels, basaltvezels, glasvezels…

  • Modacrylvezel

    Polymeervezels die minimum 50 % en maximum 85 % acrylonitril bevatten.

  • Mode

    Mode is een populaire stijl of praktijk, vooral in kleding, schoeisel, accessoires, haartooi en make-up. Mode is een onderscheidende en vaak constante trend in de stijl waarin een persoon zich kleedt.

  • Mohair

    Zijdeachtige wol afkomstig van de Angorageit.

  • Moiré

    Moiré is een weefsel waarvan de structuur door persen (kalanderen) plaatselijk is vervormd. Hierdoor wordt het licht in verschillende richtingen weerkaatst en ontstaat een gevlamd of gegolfd effect.

  • Naaldvilt

    Non-woven textiel uit synthetische vezels (PP en PES). De vezels worden mechanisch gebonden via vernaalding.

  • Nachtkleding

    Nachtkleding is ontworpen om gedragen te worden tijdens het slapen.

  • Natuurlijke vezels

    Natuurlijke vezels zijn plantaardig, dierlijk of mineraal van oorsprong. Natuurlijke vezels omvatten proteïnehoudende vezels zoals wol en zijde, cellulosehoudende vezels zoals katoen en vlas en minerale vezels zoals asbest (silicaat).

  • Nonwoven, vlies

    Nonwoven of vlies is een categorie textielmaterialen die geweven noch gebreid is. In tegenstelling tot de klassieke fabricage van een textieldoek wordt dus geen garen gebruikt, maar wordt het materiaal rechtstreeks als vezel of filament in een vlies afgelegd en vervolgens aan elkaar gehecht. De vezels of filamenten kunnen daarbij al dan niet georiënteerd zijn (gerichte of ongerichte vliezen). De opbouw kan zeer verschillend zijn. Deze varieert van nauwelijks tot zeer intensief gebonden, soepel tot stijf, compact tot hoogvolumineus.

  • Nylon

    Generische naam voor een groep synthetische polymeren, die tot de groep van polyamiden behoren. Oorspronkelijk ontwikkeld als synthetische vervanger van zijde.

    In het voorjaar van 1935 deden de wetenschappers van het Amerikaanse chemiebedrijf Du Pont De Nemours & Co een historische ontdekking. Zij slaagden er namelijk in om een groep synthetische polymeren samen te stellen die de eigenschappen van de stof zijde imiteerden. Een jaar later verscheen het eerste product dat gebruik maakte van de nieuwe uitvinding op de markt: een tandenborstel met nylon haartjes. De grote doorbraak van de ‘wonderstof’ kwam echter pas op de Wereldtentoonstelling van 1939 te New York. Daar introduceerde Du Pont namelijk een kous gemaakt van nylon als een goedkoper en kreukvrij alternatief voor de gebruikelijke zijden kousen.

  • Octrooi

    Een octrooi is een uitsluitingsrecht op het exploiteren van een technische uitvinding. Een octrooi geeft aan zijn eigenaar het recht anderen (vermeende inbreukmakers) te verbieden het geoctrooieerde te exploiteren.

  • Ondergoed

    Ondergoed is kleding die onder de kleding wordt gedragen, over het algemeen in direct contact met de huid.

  • Onderzoek en Ontwikkeling (O&O)

    Systematische activiteit waarbij basis en toegepast onderzoek worden gecombineerd om oplossingen te zoeken voor problemen of om nieuwe producten en kennis te creëren. O&O kan resulteren in intellectuele eigendomsrechten zoals octrooien (patenten).

  • Overjas

    Een overjas is een soort lange jas die bedoeld is om als buitenste kledingstuk gedragen te worden en die meestal tot onder de knie reikt. Overjassen worden doorgaans in de winter gedragen wanneer warmte een belangrijke factor is.
    Er bestaan verschillende types volgens gebruik, mode en kledingvoorschriften: regenjas, slipjas of pandjesjas, winterjas, wintermantel, duffelcoat, loden jas...

  • Paardenhaar

    Paardenhaar is het lange, ruwe haar van de manen en van de staart van paarden. Het wordt in verschillende toepassingen gebruikt, zoals meubelbekleding, borstels, de bogen van muziekinstrumenten, een slijtvast weefsels, haardoek genaamd en in vroegere tijden als versteving in pleisterwerk. Paardenhaar kan zeer stijf of zeer fijn en flexibel zijn. Het haar van de manen is doorgaans zachter dan het haar uit de staart. De textuur hangt af van het paardenras, de behandeling van het paard, met inbegrip van natuurlijke omstandigheden zoals dieet en klimaat. Ook de manier van verwerking kan de kwaliteit en de toucher beïnvloeden. Paardenhaar is een eiwitvezel dat heel traag water absorbeert.

  • Pak

    Een pak bestaat uit een pantalon en colbert gemaakt uit dezelfde stof. Bij een driedelig pak hoort ook een gilet (vest). In Vlaanderen gebruikt men doorgaans de term "kostuum".

  • Panty

    Een panty, maillot (Nederland) of een kousenbroek (Vlaanderen) is een nauw aansluitend kledingstuk dat bestaat uit lange kousen en een broekje aaneen.

  • Persoonlijke Beschermingsmiddelen (PBM)

    Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) worden gebruikt door mensen die beroepen uitoefenen waar risico's aan verbonden zijn, om letsel en lichamelijke schade te voorkomen. Het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen is de meest directe manier om arbeidsrisico's te verminderen.

  • Plantaardige vezels

    Plantaardige vezels worden geclassificeerd volgens de bron in de plant waar ze gewonnen worden als bast-, blad- of zaadvezels.

  • Pluche

    Pluche is een zacht, harig weefsel dat onder andere gebruikt wordt om stoelen te bekleden, voor gordijnen, tafelkleden, en voor poppen. Oorspronkelijk werd pluche gemaakt van mohair, later ook wel van zijde op een katoenen ondergrond, en tegenwoordig vooral van materialen zoals polyester.

  • Polyacryl (PAN)

    Synthetische vezel verkregen uit polyacrylonitril. Polyacryl vormt lange lineaire moleculen, die zeer geschikt zijn als textielvezel.

  • Polyamide (PA)

    Nylon is de generische naam voor alle lange-keten vezelvormende polyamiden met repetitieve amidegroepen. Polyamides omvatten de grootste familie van kunststoffen met een brede waaier aan toepassingen. Polyamiden worden vaak verwerkt tot monofilamenten en garens. Polyamides zijn zeer slijtvast en hebben goede mechanische eigenschappen zelfs bij hoge temperaturen, een lage permeabiliteit tegen gassen en een goede chemische weerstand.

  • Polyester (PET/PES)

    In textiele toepassingen wordt thermoplastische polyester gebruikt. De korrels van dit materiaal worden in een spinmachine gesmolten en gevormd tot filamenten.

  • Polyethyleen (PE)

    Polyetheen (of polyethyleen) wordt gemaakt door polymerisatie van etheen. Etheen wordt verkregen door het afbreken (kraken) van onder andere nafta, een licht derivaat van aardolie. Poly(etheen) wordt in verschillende soorten aangeboden waaronder: low density (LDPE < 0.930 g cm³), linear low density (LLDPE ca 0.915-0.940 g cm³) en high density (HDPE ca 0.940-0.965 g cm³).

  • Polyurethaan (PUR)

    Polyurethaan wordt gevormd door de reactie van een polyol (een alcohol met meer dan twee reactieve hydroxylgroepen per molecule) en een polymere iocyanaat met toevoeging van geschikte katalysatoren en additieven. Polyurethaan wordt gebruikt in matrassen, zetels, isolatie, vloeibare coatings en verven, harde elastomeren zoals de rolschaatswieltjes, zachte flexibele schuimen in speelgoed, verschillende elastische vezels en vele andere toepassingen.

  • Polyvinylalcohol (PVA)

    Polyvinylalcohol is een in water oplosbaar, synthetisch polymeer. De PVA vezel wordt in de industrie toegepast als high performance vezel.

  • Polyvinylchloride (PVC)

    Polyvinylchloride, of PVC, wordt gebruikt in uiteenlopende industriële, technische en dagelijkse toepassingen: van raamprofielen en bloedzakken tot creditcards en regenjassen. PVC bestaat uit 38,41 % koolstof, 4,86 % waterstof en 56,73 % chloor en is eind jaren 1920 voor het eerst commercieel in productie genomen nadat er additieven aan het mengsel waren toegevoegd en er een kunststof ontstond die wordt geapprecieerd omwille van zijn flexibele, duurzame en zuinige eigenschappen.

  • Poolweefsel

    Weefsel met dicht op elkaar gepakte gesneden vezels of ongesneden lussen aan de oppervlakte. Het weefsel voelt doorgaans zacht aan (badhanddoek, fluweel, pluche).

  • Popeline

    Popeline is een sterke stof, oorspronkelijk met fijne zijden ketting en dikkere kamgaren inslag, nu ook van andere garens, van wol, katoen, rayon of elk mogelijk mengsel. Popeline wordt vooral gebruikt voor hemden, pyjama's, jurken en als decoratief materiaal.

  • Productontwerp

    Gedetailleerde specificatie van de onderdelen van een geproduceerd voorwerp en hun relatie tot het geheel. Een productontwerp moet rekening houden met hoe het artikel beantwoordt aan zijn beoogde functionaliteit op een efficiënte, veilige en betrouwbare wijze. Het product moet ook economisch geproduceerd kunnen worden en aantrekkelijk zijn voor de beoogde consumenten/gebruikers.

  • Productontwikkeling

    Creatie van producten met nieuwe of andere eigenschappen die de gebruiker een nieuw of bijkomend voordeel opleveren. Productontwikkeling kan zowel verwijzen naar de wijziging van een bestaand product of presentatie ervan, als naar het formuleren van een totaal nieuw product dat voldoet aan de noden van een nieuw gedefinieerde gebruiker of nichemarkt.

  • Pullover, trui

    Een trui is een gebreid kledingstuk voor het bovenlichaam, zonder voorsluiting, dat over het hoofd wordt aangetrokken.

  • PVC-vezel

    PVC-vezels of chloorvezels worden verkocht onder de merknamen Rhovyl, Fibravyl, Thermovyl, Isovy, Retractyl, Crinovyl, Envilon, Nip.

  • Pyjama

    Een pyjama is een kledingstuk voor de nacht en wordt gedragen tijdens bedtijd. Het woord pyjama komt oorspronkelijk via het Hindiwoord pay-djama uit het Perzische woord paydjame dat letterlijk beenbedekking betekent. Een standaardpyjama bestaat uit twee delen, een loszittende lange broek en een jasje van linnen, katoen of flanel.

  • Raffia

    Raffia is een sterke natuurlijke vezel die wordt vervaardigd uit het blad van de raffiapalm uit Afrika en Madagaskar. De nerf van de onderkant van het blad van de palm wordt gestript om een lange, dunne vezel te creëren die kan worden geverfd en geweven in textielproducten zoals hoeden, schoenen en decoratieve karpetten.

  • Ramie

    Ramie is een natuurlijke vezel geproduceerd uit Boehmeria nivea of Chinees gras, een plant die behoort tot de brandnetelfamilie. Uit de stengel van de plant worden al meer dan 6000 jaar vezels gewonnen die gebruikt worden voor de productie van onder meer draad en touw, visnetten, papier en grove textielwaren als tafellakens, beddengoed en gordijnen.

  • Rayon

    Kunstzijde is de verouderde benaming voor rayon, tegenwoordig meestal aangeduid met de modernere naam viscose. Het is een kunstmatig vervaardigde vezel op basis van een natuurlijke grondstof, cellulose, die bijvoorbeeld wordt gewonnen uit houtpulp van bamboe of eucalyptushout.

  • Regenkleding

    Regenkleding is speciaal behandelde kleding die zorgt dat regendruppels niet door kunnen dringen. Goede waterdichte kleding is duur, omdat niet alleen de stof waterbestendig moet zijn, maar ook de naden/lassen waterdicht moeten worden gemaakt.

  • Ritssluiting

    Een ritssluiting (ook wel rits of treksluiting) is een mechaniek om de randen van twee stukken stof tijdelijk aan elkaar vast te kunnen maken. De rits bestaat uit twee rijen metalen of kunststof plaatjes met aan de ene kant tanden en aan de andere kant inkepingen. Deze plaatjes kunnen worden samengevoegd of gescheiden door aan een lipje te trekken aan een sluitplaatje. Bij het sluiten van de rits worden telkens de tandjes over de bovenkant van de tegenoverliggende plaatjes gehaakt. De inkepingen in de volgende plaatjes houden de rits dicht. Onder aan het lusje van de glijder zit een klein pinnetje dat zich vastprikt tussen de tandjes. Dit zorgt ervoor dat de glijder niet vanzelf terug glijdt en de rits weer opengaat. De ritssluiting werd uitgevonden door Whitcomb Judson in 1893, hoewel het ontwerp van de moderne rits in 1913 werd gepatenteerd door Gideon Sundback.

  • Rok

    Een rok is een buis- of kegelvormig kledingstuk dat om de taille of op de heupen wordt gedragen en de benen deels of volledig bedekt. De lengte van de rok wordt bepaald door de afstand tussen taillelijn en onderkant zoom waar deze naar binnen gevouwen is.

  • Rondbreisel

    Breisel in de vorm van een naadloze buis als resultaat van een rondbreiprocedé.

  • Rubber

    Natuurrubber is een polymeer dat voorkomt als een emulsie in het sap (dat voor ca. 33% uit latex bestaat) van een aantal plantensoorten, zoals de Braziliaanse en Indische rubberboom. Het latex wordt gefiltreerd en verdund met water en vervolgens met zuur behandeld om de rubberdeeltjes te doen stollen. In 1770 ontdekte de chemicus Joseph Priestley per ongeluk dat rubber potloodstrepen kon verwijderen. Rubber werd bijgevolg venoemd naar het Engelstalige werkwoord voor wrijven (to rub). Synthetisch rubber ontstaat door het polymeriseren van aardolie.

  • Satijn

    Alle weefsels geproduceerd in de satijnbinding, één van de drie basisweefmethodes. Het weefsel heeft doorgaans een gladde, glanzende voorkant en een doffe achterkant. Het wordt in verschillende gewichten geproduceerd voor verschillende toepassingen zoals jurken, vooral avondjurken, voeringen, beddenlakens en meubelstoffen. Hoewel satijn oorspronkelijk uit zijde werd vervaardigd, wordt het nu uit allerlei vezelgarens gemaakt.

  • Satijnbinding

    De satijnbinding (of atlasbinding) is een weeftechniek, waarbij de kruispunten van de ketting- en inslagdraden gelijkmatig verspreid liggen. Bij een inslagsatijn wordt het effect gevormd door de inslagdraden, doordat deze de bindingspunten bedekken. Met deze techniek kunnen garens heel dicht op elkaar geweven worden, waardoor het weefsel soepel wordt. Als glanzende inslagdraden en matte kettingdraden gebruikt worden is de onderkant dof, maar de bovenkant glanzend door de losliggende inslagdraden. Dit geeft het weefsel een luxe uitstraling.

  • Schub

    Wol heeft een unieke oppervlaktestructuur met elkaar overlappende schubben. De wolschubben verankeren de vezel in de huid van het schaap. De oppervlakte van de wolvezel is totaal verschillend van de typisch gladde oppervlakte van de synthetische vezel.

  • Short

    Een short is een broek met korte pijpen die gedragen wordt door mannen en vrouwen. De lengte van de pijpen kan variëren maar zal nooit het volledige been bedekken.

  • Sisal

    Sisal is een tropische vezel en wordt vooral voor touw, borstels en vloerbedekking gebruikt. Ook wordt sisal gebruikt in dartborden. Sisal komt ook voor in meer verfijnde weefsels, die vooral door Maya's gebruikt worden voor kleding. Sisal wordt gewonnen uit de bladeren van plantensoorten die tot het geslacht Agave uit de Agavenfamilie behoren en werd genoemd naar een havenstad in Yucatán.

  • Sjaal

    Een sjaal of das is een langwerpig stuk doek dat gedragen wordt om de hals of schouders. Het woord is afgeleid uit het Perzisch (shal) en oorspronkelijk uit het Sanskriet (sati, doek). Een sjaal kan worden gemaakt uit wol, kasjmier, linnen of katoen.

  • Slim textiel, intelligent textiel, smart textiles

    De termen “smart”, “slim” en “intelligent” textiel of wearables worden doorgaans door elkaar gebruikt. De term "smart textile" verwijst zowel naar een "smart textile material" als naar een "smart textile system". De context bepaalt welke van de twee onderstaande definities van toepassing is: Smart (intelligent) textile material: functioneel textielmateriaal dat actief interageert met zijn omgeving, m.a.w. dat antwoordt op of zich aanpast aan veranderingen in de omgeving. Smart (intelligent) textile system: textielsysteem dat een bedoelde en te gebruiken respons vertoont in reactie op zowel veranderingen in de omgeving als op een extern signaal of input.

  • Small science

    Small science verwijst (in tegenstelling tot big science) naar kleinschaliger onderzoek, uitgevoerd door individuen of kleine teams of in het kader van gemeenschapsprojecten.

  • Sok

    Een sok is een kledingstuk dat aan de voet gedragen wordt. Een sok bedekt de enkel en een gedeelte van de kuit.

  • Speerpunttechnologie

    Technologie op het hoogste niveau van ontwikkeling. Hightech, state-of-the-art, erg geavanceerde technologie die toonaangevend is.

  • Spinvlies

    Spinvlies wordt geproduceerd in een continu proces waarbij de vezels na het spinnen direct worden verspreid in een web door deflectoren of via luchtstromen. Deze techniek resulteert in snelle doorlooptijden en lagere kosten.

  • Splijtvezel

    Door polypropeen bandjes te fibrilleren, ontstaat een splijtvezel. De eerste kunstgrassen werden uit gespleten PP vezels geproduceerd.

  • Sportkleding

    Sportkleding is kleding die bij het sporten gedragen wordt. Het design verschilt volgens de vereisten van de uitgeoefende sport.

  • Stapelvezel

    Vezel uit eender welke samenstelling met een beperkte lengte. De tegengestelde term is filamentvezel met een quasi onbeperkte lengte.

  • Steunkous

    Therapeutische elastische kousen (TEK) worden vaak steunkousen genoemd. Het zijn kousen die bedoeld zijn om extra druk te geven aan een ledemaat (arm of been), meestal om de ophoping van vocht, oedeem, tegen te gaan. Door de extra druk verplaatst het vocht zich deels van intercellulair (tussen de cellen) naar intravasaal (in bloedvat of lymfevat). Ook de afvoer van vocht door de bloedvaten verbetert.

  • Stimuli-responsieve materialen (SRM)

    Stimuli-responsieve of stimuli-sensitieve materialen veranderen één of meerdere van hun eigenschappen onder invloed van een bepaalde stimulus. De onderliggende fysisch-chemische mechanismen worden gestuurd door het "transitiefenomeen" waarbij SRM's een input of prikkel (stimulus) omvormen in een output of reactie.

  • Stropdas

    Een stropdas (soms das, cravate of plastron genoemd) is een langgerekt stuk stof dat om de hals kan worden geknoopt. Dassen worden traditioneel als versiering door mannen boven een overhemd gedragen.
    Oorsprong van "cravate": Op een gegeven moment werd het in Kroatië gebruikelijk dat een vrouw die afscheid moest nemen van haar geliefde, hem haar sjaal meegaf toen hij vertrok voor oorlog. De huurling strikte deze sjaal om zijn nek en vele anderen volgden. In enkele landen zouden de woorden Krawatte (Duitsland), Cravate (Frankrijk) en meer gelijkklinkende woorden aan de Kroatische huursoldaten die rond 1630 in dienst waren van het leger van koning Lodewijk XIII van Frankrijk (Dertigjarige Oorlog) herinneren. Deze Kroaten baarden opzien in Parijs met hun rond de nek geknoopte zakdoeken of halsdoeken. De Kroaat werd vervolgens een begrip in de modewereld. Charles II introduceerde de cravate vervolgens in Engeland en zijn koloniën.

  • SVHC - zeer zorgwekkende stoffen

    Stoffen die ernstige en vaak onomkeerbare gevolgen kunnen hebben voor de gezondheid van de mens en voor het milieu, kunnen worden geïdentificeerd als zeer zorgwekkende stoffen (Substances of Very High Concern - SVHC’s).

  • Sweater

    Hoewel de term sweater/sweatshirt uit het Engels werd overgenomen, betekent het in het Nederlands een van binnen gemoltonneerde katoenen trui met lange mouwen en een hoge ronde of een V-hals.

  • T-shirt

    Een T-shirt is een kledingstuk voor het bovenlichaam met korte mouwen en een ronde of V-hals. Een T-shirt heeft geen sluiting, en wordt over het hoofd aan- en uitgedaan. De naam T-shirt wordt aan dit kledingstuk gegeven omdat het in uitgelegde vorm een hoofdletter T vormt.

  • Technische vezel

    Technische vezels beschikken over eigenschappen die geschikt zijn voor de productie van textiel of composieten bestand tegen extreme omstandigheden (klimatologisch, industrieel gebruik, beschermende kleding) of van multifuntioneel of slim textiel.

  • Tekeningen en modellen

    De bescherming van tekeningen en modellen strekt zich uit tot het uiterlijk van een product: lijnen, omtrek, kleuren, vorm, textuur, materialen en versieringen. Wanneer het uiterlijk tweedimensionaal is (het motief op behangpapier), spreekt men van een tekening. Indien het driedimensionaal is (de vorm van een computer), dan spreekt men van een model.

  • Tex nummering

    Tex is de enige officieel toegestane nummering, maar in de praktijk wordt tex meestal alleen voor filamentgarens gebruikt. Tex is het gewicht in gram van 1000 m garen. Bij deze eenheid worden voorvoegsels gebruikt zoals dtex en ktex. Bijvoorbeeld 13,5 tex is 135 dtex, dus dtex is het gewicht in gram van 10000 m garen.

  • Textiel

    Textiel betekent letterlijk 'alles wat geweven is'. Het woord is afgeleid van het Latijnse woord voor weven: 'texere'. Textiel is een materiaal, dat bestaat uit filamenten (eindloze draden) of vezels (korte stukjes draad). Textiel wordt geproduceerd via weven, breien, haken, knopen of vilten. Het is praktisch altijd vervormbaar en kan een, twee- of driedimensionaal zijn.

  • Textielveredeling

    Alle mechanische en chemische processen die de kwaliteit van het textiel verhogen of de eigenschappen ervan wijzigen.

  • Textielvezel

    Al naar gelang hun oorsprong en/of verwerkingsmethode worden textielvezels onderverdeeld in natuurlijke (plantaardige of dierlijke), kunstmatige (chemische behandeling van natuurlijke grondstoffen), synthetische en minerale (metaal, basalt, keramische) vezels. De textielindustrie vereist dat de vezelinhoud wordt aangeduid op labels.

  • Thermische kleding

    Beschermende onder- en/of bovenkleding tegen koude. De kleding kan gemaakt zijn uit speciale garens (zoals de legendarische thermolactyl® van Damart) of PCM (phase change materials) bevatten die de lichaamstemperatuur regelen.

  • Thermo-elektrische materialen

    Thermo-elektrische materialen wekken stroom op door een temperatuurgradiënt. Omgekeerd wekt het materiaal een warmteverschil op wanneer stroom doorheen het materiaal vloeit.

  • Thermochrome materialen

    Thermochrome materialen veranderen van kleur onder invloed van temperatuurswijzigingen.

  • Traagschuim

    Traagschuim, visco-elastisch schuim, geheugenschuim of nasa-schuim (merknaam TEMPUR®) bestaat vooral uit een laag resiliënt polyuretaanschuim (LRPu) en bijkomende additieven om de viscositeit en dichtheid te verhogen. Het is een materiaal dat wanneer het wordt ingedrukt langzaam tot zijn oorspronkelijke vorm terugkeert. Daarnaast wordt traagschuim zachter door lichaamswarmte. Het vindt vooral toepassing in matrassen en (hoofd)kussens om de druk op uitstekende lichaamsdelen te verminderen.

  • Trijp, mohair velours

    Weefsel met een korte pool van mohair. Trijp of mohair velours is een kostbare stof die gebruikt wordt als meubelbekleding, voor wandbekleding en voor galakleding. Trijp werd oorspronkelijk (sinds einde 17de eeuw) in Utrecht gefabriceerd.

  • Tule

    Tule is een stof met een mazenweefsel en is verkrijgbaar in verschillende fijnheden, van jute-achtig lint tot zeer fijn gaas. Tule is zeer geschikt voor bruids- en avondmode, vanwege de doorzichtigheid. Het werd vroeger geklost met de hand en elke soort kant had zijn eigen tule-patroon.

  • Verven

    De meeste textielmaterialen kunnen tijdens elke productiefase worden geverfd. Kwaliteitsstoffen uit wol worden vaak in de vezel geverfd.

  • Vezel

    Vezels zijn materiaaleenheden waarvan de lengte minstens 100 keer groter is dan de diameter of breedte. Vezels die geschikt zijn voor textiel beschikken over voldoende lengte, fijnheid en flexibiliteit om tot garens te worden verwerkt en om te weerstaan aan het beoogde gebruik van het afgewerkte weefsel.

  • Vilt

    Vilt is een niet-geweven textielsoort die wordt vervaardigd door samenpersing van wol, haze- of konijnenhaar. De vezels worden met heet water behandeld en vormen door krimpen de structuur van het materiaal. Vilt moet altijd ten minste 30% wol bevatten omwille van de kenmerkende schubben van wol. Als de vezels langs elkaar schuiven en de schubben zijn tegengesteld gericht dan zullen de schubben in elkaar haken. Vilt wordt toegepast in de productie van o.a. hoeden, biljartlakens en industrieel textiel (afwatering in papierindustrie).

  • Viscose

    In 1891 ontdekten Cross en Bevan de fabricagetechniek van viscose, als vervangingsproduct voor natuurzijde, waarbij cellulose uit hout of katoen wordt behandeld met natriumhydroxide, en dan vermengd met koolstofdisulfide. Hierbij wordt cellulosexanthaat gevormd dat wordt opgelost in meer natriumhydroxide. Dit vormt de viscose-oplossing.

  • Vlas

    Vlas (Linum usitatissimum) is een plant uit de vlasfamilie (Linaceae). Textiel gemaakt uit vlas wordt linnen genoemd en traditioneel gebruikt voor beddenlakens, ondergoed en tafellinnen.

  • Vlasvezel

    Lange vlasvezels dienen als grondstof voor linnen. Eerst gingen de korte vezels (klodden) naar een touwslagerij en werden de gebroken stukjes stengel (lemen) aangewend als brandstof. Later ontdekte men dat de klodden ook gebruikt kunnen worden om papier te vervaardigen. Amerikaanse dollarbiljetten worden nog steeds van vlas gemaakt. Vlasvezels worden vandaag steeds vaker gebruikt als vezelversterking in composietmaterialen.

  • Voering

    Een voering is de binnenste laag (stof, bont of ander materiaal) van een kledingstuk, een hoed, koffers, gordijnen, handtassen en gelijkaardige objecten.

  • Voile

    Wijdmazig, iets transparant weefsel, vervaardigd van garen met een sterke twist, in effenbinding. Meest gebruikte grondstoffen zijn katoen of linnen, maar ook zijde en kunstmatig vervaardigde garens als polyester of viscose worden gebruikt. De term ‘voile’ is afgeleid van het Franse woord voor sluier, dat op zijn beurt afgeleid is van het Latijnse 'velum' voor sluier.

  • Vormgeheugen polymeren

    Slimme polymeermaterialen die van een (tijdelijke) gedeformeerde toestand kunnen terugkeren naar hun oorspronkelijke (permanente) vorm door een externe prikkel zoals een temperatuurwijziging.

  • Wasvoorschrift

    Een wasvoorschrift omschrijft hoe een textielproduct bij het wassen behandeld moet worden. Het wordt vaak bevestigd aan het textielproduct in de vorm van een etiket, tegenwoordig wordt het ook regelmatig aan de binnenkant van de kleding gedrukt. De ISO pictogrammen zijn handelsmerken van het in 1963 opgerichte GINETEX (Groupement International d'Etiquetage pour l'Entretien des Textiles).

  • Weefsel

    Weefsels worden geproduceerd door garens en/of vezels tot een structuur te verstrengelen die bepaald worden door het materiaal en door de toegepaste methode. De meeste weefsels worden geproduceerd door weven of breien. Anderen weefsels zijn netten, kant en vlechten.

  • Werkkleding

    Werkkleding of bedrijfskleding is speciale kleding die het werken veiliger maakt, of door de overheid verplicht is. Werkkleding is onderworpen aan regelgeving betreffende gebruik en onderhoud.

  • Weven

    Weven gebeurt op een weefgetouw waarop twee sets draden loodrecht met elkaar worden vervlochten: de kettingdraad die over de lengte loopt en de inslagdraad die de kettingdraden kruist. De kettingdraden worden strak en parallel ten opzichte van elkaar gehouden op het getouw.

  • Wolvezel

    Van buiten naar binnen bestaat de wolvezel uit vier lagen: de hoornachtige schubbenlaag (cuticula), het tussenmembraan (subcutis), de schorslaag (cortex) en het merg (medulla).

  • Zijdevezel

    Zijde is een natuurlijke substantie die wordt afgescheiden door bepaalde insecten, zoals de zijderups (Bombyx mori). Er zijn ook bepaalde spinnen die geschikt zijn voor de zijdeteelt. Zowel de textielvezel als het uiteindelijke textiel wordt aangeduid als zijde. Zijden weefsels zijn geliefd vanwege hun glans, souplesse en zachte textuur.

  • Zuivere scheerwol

    Niet alle wol mag “zuivere scheerwol” worden genoemd. Alleen de direct verwerkte, eerste schering van gezonde levende schapen krijgt deze naam. In tegenstelling tot gewone wol hebben de vezels een natuurlijke glans.